PvdA Helmond verwijt college slappe houding ten aanzien van de jaarverantwoording 2017

5 oktober 2018

Ongeveer een half jaar geleden schreven wij een brief naar het college waarin wij aangaven dat wij “geschrokken en verontrust kennis namen van de bevindingen van de accountant Deloitte zoals zij die in hun managementletter 2017 verwoorden”. Nu ligt de jaarrekening voor, en helaas zijn onze zorgen niet weggenomen.

Het Eindhovens Dagblad kopte: “Helmond: veel geld kwijt door wanorde op stadhuis”.

Het is een trieste constatering. Ook onze Helmonders hebben dit nieuw met verbazing ontvangen. Daar waar de gemeente een voorbeeldfunctie heeft en onze maatschappelijk partners  en onze inwoners op de vingers tikt als er financiële onvolkomenheden worden geconstateerd en geld (terecht) word teruggevorderd, gaan we bij het stadskantoor over op de orde van de dag. Alsof er niets is gebeurd. De kloof tussen de stad en het gemeentehuis wordt hiermee alleen maar groter.

Voorzitter: een paar bedragen:

930.000 euro is net meer in de administratie terug te vinden!

1,9 miljoen nagekomen onvoorziene kosten!

2,6 miljoen foutief aanbesteed!

473.000 aan onrechtmatige investeringen!

En volgens de verantwoordelijke wethouder, is dit geen probleem. Want volgens de regels mogen we immers 3,5 miljoen afwijken van de oorspronkelijke begroting. Wat een houding! Dan heb je het echt niet begrepen. Hoe zit het dan met je politieke thermometer? Wat hadden we voor die ruim 3 miljoen wel niet allemaal kunnen doen! De reactie van het college op het accountantsverslag was ook niet heel hoopgevend. Veel neemt men ter kennisgeving aan en het is daardoor onduidelijk of het college de ernst van de tekortkomingen inziet. Kortom, meer dan terecht dat Mirjam van de Pijl in februari vorig jaar serieuze aanleiding had om na te denken over een motie van treurnis in de richting van de wethouders met financiën en personeel en organisatie in hun portefeuille. Vanwege de noodzaak tot voortgang van de ingezette verbeterprocessen, naar aanleiding van de aanbevelingen van de accountant, waarbij vanuit het college meer dan “vinger aan de pols” een vereiste is, besloten we toen om hiervan af te zien. Vertrouwen durfden we niet uit te spreken.

Voorzitter, we beseffen ons dat hier een net aangesteld college niet volledig op kan worden aangesproken, maar deels hebben we het over dezelfde mensen. Een gele kaart is echt op z’n plaats. De toenmalige wethouder personeel en organisatie is de huidige wethouder financiën. En het accountantsverslag in combinatie met de reactie van het college kunnen we nu ruim een half jaar later nog steeds niet ons vertrouwen uitspreken.  Er is nog genoeg om ons zorgen over te maken en vragen het college de audit commissie intensief te informeren over de stand van zaken van onze financiën en afdeling financiën. We zitten in oktober en  vrezen dus dat ook de jaarrekening 2018 met veel moeite opgesteld kan worden.

Kan het college, op basis van de ervaringen en correcties bij het opstellen van de jaarrekening 2017, aangeven in hoeverre dit gevolgen heeft voor de cijfers van 2018?

We willen dat de audit commissie een intensief meegenomen wordt in de verbeter processen en het lijkt ons goed om tussentijds een check te vragen van de accountant op alle verbeterpunten. Daarnaast vragen we om periodiek in de commissie geïnformeerd ten worden over de voortgang van de verbeteracties (eens per kwartaal). Dus intensiever dan de berap!