20 september 2012

Steakholders-bijeenkomst Woonpartners


 

Bijdrage van de PvdA, Jos Boetzkes

 

Mensen zijn gelijkwaardig maar niet gelijk.

Dat geldt ook voor huurders.

Als je een goed leefbaarheidbeleid wil bereiken past niet iedereen naast elkaar.

Er zijn 5 belangrijke onderwerpen die bepalend zijn voor  de gesteldheid van bewoners, van zowel huurders als kopers:

  • Opleiding
  • Afkomst / cultuur
  • Referentiekader
  • Inkomen
  • Attitude / instelling

 

In het huidige woonruimteverdeelsysteem Wooniezie zijn deze zaken (buiten het inkomen) niet meetbaar met enkel een computersysteem. Daar is meer inspanning voor nodig.

 

In dit kader moeten corporaties  aan twee belangrijke taken voldoen:

  • zorgen voor een goede leefbaarheid
  • en woongenot garanderen aan derden zoals in huurcontracten is afgesproken.

 

Bekend is hoe bv 1 misdragende huurder in staat is om in een hele straat andere bewoners het leven zuur te maken. Maar ook voorbeelden van 2 of meer huurders die bijvoorbeeld vanuit familiebanden naast elkaar wonen en de sfeer domineren in hun straat. En als er al later overlast geconstateerd wordt na veel klagen van buren is het erg moeilijk voor de verhuurders de situatie weer in de hand te krijgen om de huur via de rechter opgezegd te krijgen.

 

Daarnaast is er veel behoefte aan transparantie en uniformiteit. Woningzoekenden willen weten waar ze aan toe zijn. Hoe lang ze ingeschreven moeten staan en dat zeker in urgente situaties. Wachttijden voor urgent woningzoekenden lopen nu op naar een wachttijd van 1,5 jaar. De winkel van Wooniezie waar urgenten terecht kunnen levert dikwijls minder aantrekkelijke woningen op. Ook  SMO moet hier uit putten met het gevolg van huurders die begeleid moeten worden gehuisvest worden in een buurt of straat die uit oudere- en kwalitatief mindere woningen bestaan.

 

Woonruimteverdeling is in het bijzonder een instrument om een evenwichtige wijkopbouw te ordenen.

 

In september 2004 is in opdracht van Woonpartners door RIGO research en Advies BV een onderzoek gedaan onder de naam:

Dynamiek vanuit Helmondse herstructureringsgebieden”.

Een citaat:

dat voorkomen moet worden dat opnieuw sociaaleconomisch eenzijdige wijken ontstaan, is niet door concreet beleid van de gemeente of corporatie ingevuld.  Over de herhuisvestiging van huishoudens uit de Dierenbuurt en Sassenbuurt is weinig overleg tussen corporaties onderling of tussen gemeente en corporaties”

 

Nog een citaat:

“Er was wel een afspraak tussen corporaties tot onderlinge steun, maar deze leefde in de praktijk niet. De gemeente liet de hele kwestie aan de corporaties over”.

 

Een 3e citaat van hetzelfde rapport:

 “blijkt uit de enquête dat bewoners van vestigingsgebieden negatiever zijn over hun buurt en de buurtontwikkeling dan de controlegroep van inwoners van ander gebieden in Helmond. Ze geven vaker aan dat hun buurt achteruit gegaan is en verwachten ook vaker dan de overige respondenten dat de buurt de komende jaren achteruit zal gaan”.

 

Verder uit een rapport van de Universiteit van Utrecht:

“In de ban van de vernieuwing”   over – De herhuisvestiging van bewoners uit een stedelijk herstructureringsgebied in Helmond, 2005.

Een citaat:

“94,3% van alle aanbiedingen betreft immers woningen uit de herhuisvestigingswijken. Er zijn dus geen mogelijkheden om via de woningaanbiedingen naar een wijk buiten de drie huidige herhuisvestigingswijken te verhuizen. Dit terwijl de betrokken woningcorporaties, en met name Woonpartners, wel degelijk bezit hebben in wijken die niet tot de huidige herhuisvestigingswijken  behoren.

Aan het overheidsbeleid, dat er elders geen nieuwe sociaaleconomisch eenzijdig wijken mogen ontstaan, lijkt vooralsnog weinig gehoor gegeven te worden. De woningaanbiedingen die de corporaties de huishoudens gedaan hebben, betreffen vooral woningen in de herstructureringswijk zelf en de wijken erom heen>>>> het herstructureringsgebied. Dit terwijl is gebleken dat ook in de wijken buiten de herhuisvestigingsgebieden een groot aantal huurwoningen vrijgekomen is”.

 

De rekening van het vorenstaande krijgt Helmond gepresenteerd door de cijfers van de actuele Leefbarometer per wijk en per buurt, en de positie en de resultaten op sociaale-conomische- en maatschappelijk gebied van Helmond tussen de 50 grote steden in de Atlas der Gemeenten, afgelopen 7 jaren.

Het niet uniform toewijzen door de Helmondse corporaties heeft laten zien dat de uitgangspunten, afspraken en resultaten bij herstructurering de corporaties niet voldaan  hebben de laatste 10 jaar. Kijk maar bijvoorbeeld naar de toewijzing in de randbuurten/wijken van het herstructureringsgebied Binnenstad-oost.

 

Mijn stelling is dat het huidige systeem Wooniezie niet voldoet aan een gedegen, transparante en leefbaarheid-bestendige toewijzing. Het engagement, de betrokkenheid van de corporaties en de competentie van een deel van de medewerkers (uitzonderingen daargelaten) in de wijk holt in sommige gevallen achteruit.

 

Het huidige systeem wordt nu geëvalueerd heb ik begrepen. Wat mij betreft heeft deze evaluatie enkel zin en meerwaarde als deze door een externe  gedaan wordt op basis van transparantie en de werkelijke situatie van onze stad.  Hopelijk wordt dit systeem in ieder geval vervangen of aangevuld met meer engagement in de wijken……..weten WAT en Wie er speelt. Hierbij kunnen intakegesprekken een grote meerwaarde bieden.

Er zal dus meer gestuurd moeten worden wat mij betreft!

.